RvdW 2024/1001:Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder persoon die auto heeft gekocht en getracht te registreren bij RDW, terwijl die auto in Frankrijk als gestolen staat geregistreerd. Beroep op art. 3:86 lid 3 sub a BW. 1. Heeft Rb vastgesteld dat eigenaar van auto, die bezit daarvan door diefstal heeft verloren, die auto als eigendom heeft opgeëist? 2. Heeft Rb vastgesteld of klager bij aankoop van auto als natuurlijk persoon handelde, en dus niet in uitoefening van beroep of bedrijf? Ad 1. Vereiste dat eigenaar van roerende zaak, die bezit daarvan door diefstal heeft verloren, die zaak binnen 3 jaren na diefstal als eigendom opeist, brengt niet mee dat eigenaar binnen die termijn daad van rechtsvervolging moet hebben verricht waarmee hij gestolen zaak als zijn eigendom opeist. Het is voldoende dat eigenaar zich binnen vervaltermijn van 3 jaren tot politie of justitie heeft gewend en te kennen heeft gegeven inbeslaggenomen zaak als eigendom te willen opeisen (vgl. ECLI:NL:HR:2013:2558). Rb heeft vastgesteld dat auto sinds 28 december 2022 als gestolen staat gesignaleerd en daarmee dat auto kennelijk op of rond die datum van oorspronkelijke eigenaar is gestolen. Daarin ligt besloten als oordeel van Rb dat oorspronkelijke eigenaar van auto zich binnen vervaltermijn van 3 jaren tot politie heeft gewend en te kennen heeft gegeven gestolen auto als eigendom te willen opeisen. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Klager heeft onvoldoende belang bij deze klacht. Rb heeft immers geoordeeld dat verkoper niet handelde als regulier bedrijf met gevestigde bedrijfsruimte, nu verkoper particulier betrof die koop via WhatsApp-berichten heeft gesloten. Daarin ligt besloten dat klager zaak niet heeft verkregen van ‘vervreemder die van verhandelen aan publiek van soortgelijke zaken (…) zijn bedrijf maakt in daartoe bestemde bedrijfsruimte (…) en in normale uitoefening van dat bedrijf handelde’ en daarmee dat klager, ook als hij zaak als ‘natuurlijk persoon die niet in uitoefening van beroep of bedrijf handelde’ heeft verkregen, geen beroep toekomt op bescherming van art. 3:86 lid 3 sub a BW. Volgt verwerping.