Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/976
De Hoge Raad geeft algemene beschouwingen over art. 51h lid 2 Sv.
HR 15-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1457
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/01966
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1457, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:602, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑12‑2022
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad geeft algemene beschouwingen over de vraag of en, zo ja, in welke mate de rechter bij de oplegging van een straf of maatregel rekening moet houden met een als gevolg van bemiddeling tussen het slachtoffer en de verdachte tot stand gekomen overeenkomst als bedoeld in art. 51h lid 2 Sv.
Samenvatting
Art. 51h lid 2 Sv brengt tot uitdrukking dat de rechter bij de beslissing over de oplegging van een straf of maatregel acht slaat op de omstandigheid dat als gevolg van bemiddeling tussen het slachtoffer en de verdachte een overeenkomst ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.