RvdW 2024/981:Grootschalige DigiD-fraude met huur- en/of zorgtoeslagen. Medeplegen diefstal (d.m.v. valse sleutels), meermalen gepleegd (art. 311 lid 1 Sr), medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 lid 1 Sr), medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 1 Sr), medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter lid 1 jo. art. 420bis lid 1 sub b Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140 lid 1 Sr). Overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep. Kon hof volstaan met vermindering van gevangenisstraf van 16 maanden naar 14 maanden? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2008/358, m.nt. P.A.M. Mevis m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn en regel dat tijdsverloop tijdens e.a. en h.b. afzonderlijk beoordeeld moet worden. Door bij beoordeling van vraag of behandeling van zaak binnen redelijke termijn heeft plaatsgevonden, alleen acht te slaan op omstandigheid dat ‘overschrijding van redelijke termijn in fase van behandeling van strafzaak in eerste aanleg en in hoger beroep (…) inmiddels ruim drie jaren en negen maanden bedraagt’, heeft hof dit beoordelingskader miskend. HR doet zaak zelf af en vermindert (mede gelet op overschrijding van redelijke termijn in cassatie) opgelegde gevangenisstraf van 14 maanden met 1 maand. Samenhang met RvdW 2024/980.