Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/997
Verkrachting, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. gebruik voor bewijs van verklaringen van aangeefster. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In tegenstelling tot wat is aangevoerd, heeft hof de verklaring van aangeefster niet onvoldoende betrouwbaar geacht, maar heeft het ‘terughoudendheid’ betracht bij gebruik van die verklaring. Volgt verwerping.
HR 15-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1456
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/03853
- Conclusie
​A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1456, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:985, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑09‑2024
Essentie
Verkrachting, art. 242 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht t.a.v. gebruik voor bewijs van verklaringen van aangeefster. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In tegenstelling tot wat is aangevoerd, heeft hof de verklaring van aangeefster niet onvoldoende betrouwbaar geacht, maar heeft het ‘terughoudendheid’ betracht bij gebruik van die verklaring. Volgt verwerping.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03853
Datum 15 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2022, nummer 21-004097-20, in de strafzaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.