Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1000
Verkrachting, art. 242 Sr. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis, nullus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2010/515, m.nt. M.J. Borgers m.b.t. bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv. Hof heeft gemotiveerd geoordeeld dat aan bewijsminimum is voldaan, omdat verklaring van aangeefster voldoende steun vindt in ‘overige inhoud van dossier’, i.h.b. verklaring van vriendin van aangeefster en Snapchat- en WhatsAppberichten. Hof heeft overwogen dat uit verklaring van vriendin volgt dat zij door aangeefster ‘direct na incident, om vijf uur ’s nachts’ is gebeld, dat aangeefster verward en leeg was en dat aangeefster tegen haar heeft gezegd dat zij (aangeefster) tegen haar wil is gepenetreerd door verdachte. Deze (aan feitenrechter voorbehouden) uitleg van de in bewijsmiddel opgenomen verklaring van vriendin is niet onbegrijpelijk, nu zij daarin verklaart dat zij weet dat aangeefster aangifte heeft gedaan van aanranding en verkrachting omdat broer van verdachte aan aangeefster heeft gezeten en verdachte de aangeefster heeft gepenetreerd, en dat aangeefster haar over die feiten heeft verteld toen zij midden in de nacht door aangeefster werd gebeld, en dat zij toen verward klonk en leeg was. Hof heeft, waar het gaat om Snapchat- en WhatsAppberichten, overwogen dat broer van verdachte (die, volgens verklaring van aangeefster, haar in dezelfde nacht heeft aangerand) op zowel 27 april 2020 als 3 mei 2020 in WhatsAppberichten excuses heeft aangeboden, waarbij in betreffende WhatsAppconversatie van 3 mei 2020 aangeefster n.a.v. opmerking van broer van verdachte “Je bent erg sexy in je kleding en schoonheid” reageert met onder meer tekst “En dat jullie dit wel deden daardoor is niet mijn probleem.”. Verder heeft hof vastgesteld dat verdachte op 30 augustus 2020 via Snapchat excuses heeft aangeboden. Uit de door hof gebruikte b.m. volgt verder dat aangeefster heeft verklaard dat zij, toen verdachte bij haar binnendrong, het hoofdbord van bed heeft vastgepakt zodat zij hem mogelijk van zich af kon trappen en dat verdachte heeft verklaard dat beschrijving van seks door aangeefster klopt en dat zij hoofdbord en zijkant van bed vasthield. ’s Hofs oordeel dat bewijsmateriaal, in onderlinge samenhang beschouwd, voldoende steun geeft aan verklaring van aangeefster, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat hof heeft verzuimd WhatsAppberichten tussen aangeefster en vriendin die eveneens steun zouden geven aan verklaring van aangeefster, in b.m. op te nemen. Ook doet daaraan niet af dat hof niet afzonderlijk is ingegaan op de door verdediging naar voren gebrachte mogelijke alternatieve oorzaak van gemoedstoestand van aangeefster waarover vriendin heeft verklaard (waarbij die oorzaak zou zijn gelegen in uitsluitend gedragingen van broer van verdachte), nu hof de verklaring van vriendin zo heeft uitgelegd dat zij heeft waargenomen hoe aangeefster op haar overkwam toen aangeefster haar vertelde over gedragingen van niet alleen broer van verdachte maar ook van verdachte zelf. Volgt verwerping.
HR 15-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1460
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/02718
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1460, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:722, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
Essentie
Verkrachting, art. 242 Sr. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis, nullus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2010/515, m.nt. M.J. Borgers m.b.t. bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv. Hof heeft gemotiveerd geoordeeld dat aan bewijsminimum is voldaan, omdat verklaring van aangeefster voldoende steun vindt in ‘overige inhoud van dossier’, i.h.b. verklaring van vriendin van aangeefster en Snapchat- en WhatsAppberichten. Hof heeft overwogen dat uit verklaring van vriendin volgt dat zij door aangeefster ‘direct na incident, om vijf ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.