Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/1008
Verordening Brussel I-bis. Bijzondere bevoegdheid in het geval van consumentenovereenkomsten; pakketreisovereenkomst; grensoverschrijdend element.
HvJ EU 29-07-2024, ECLI:EU:C:2024:646 (FTI Touristik (Élément d’extranéité))
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
29 juli 2024
- Magistraten
A. Prechal, F. Biltgen, N. Wahl, J. Passer, M.L. Arastey Sahún
- Zaaknummer
C-774/22
- Conclusie
A-G N. Emiliou
- Roepnaam
FTI Touristik (Élément d’extranéité)
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:646, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 29‑07‑2024
ECLI:EU:C:2024:219, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 07‑03‑2024
- Wetingang
Art. 18 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Verordening Brussel I-bis)
Essentie
JX tegen FTI Touristik GmbH.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Amtsgericht Neurenberg (Duitsland) bij beslissing van 7 december 2022.
Verordening Brussel I-bis. Bijzondere bevoegdheid in het geval van consumentenovereenkomsten; pakketreisovereenkomst; grensoverschrijdend element.
Art. 18 Verordening Brussel I-bis moet aldus worden uitgelegd dat, wanneer een consument naar aanleiding van de sluiting van een pakketreisovereenkomst tegen een reisorganisator een geding aanhangig heeft gemaakt bij het gerecht van de lidstaat in het rechtsgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft, en beide contractpartijen in die lidstaat wonen maar de bestemming van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.