RvdW 2024/993:Witwassen van geldbedrag (€ 127.670), art. 420bis lid 1 sub b Sr. 1. Bewijsklacht ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Is sprake van concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring (verdachte vervoerde geld voor vriend en geld behoorde toe aan familie). 2. Laatste woord, art. 311 lid 4 Sv. Heeft gemachtigde raadsman de gelegenheid gehad om het laatst te spreken? HR: art. 81 lid 1 RO.