Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/6.7.7
6.7.7 Plichten van de werknemer
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS581597:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voor voorbeelden zie Ktr. Utrecht 6 mei 2010, JAR 2010/175 en Ktr. Dordrecht 22 juli 2010, Prg. 2010/209. Een gegeven ontslag op staande voet na loonstop houdt dan ook geen stand, Hof Den Bosch 9 januari 2007, JAR 2007/157 en Hof Den Bosch 9 december 2008, JIN 2009/5.
Kamerstukken II 2001/02, 22 187, nr.122, p.21-22.
Ktr. Eindhoven 27 oktober 2009, LJN BK1320, Ktr. Haarlem 5 augustus 2010, LJN BN4350.
Hof Den Haag 17 januari 2012, LJN BV1480.
Ktr. Utrecht 20 maart 2012, LJN BV9586.
Ook Ktr. Nijmegen 19 oktober 2007, LJN BB6111.
Ktr. Utrecht 20 maart 2012, LJN BV9586.
In art. 7:660a BW moet de werknemer ‘gevolg geven aan redelijke voorschriften’ en ‘meewerken aan getroffen maatregelen’. In art. 7:629a lid 3 onder d BW moet de werknemer ‘meewerken’ aan zowel redelijke voorschriften als aan getroffen maatregelen. Met de niet-gelijkluidende tekst zal geen inhoudelijk verschil zijn beoogd.
HR 3 maart 1995, JAR 1995/79 (Zwiers/Mestemaker).
B. Barentsen en J.M. Fleuren-van Walsem, Wet verbetering poortwachter, Deventer: Kluwer 2002, p.45-46.
Hof Den Bosch 23 oktober 2007, LJN BC9658.
Zeker niet als hij intern of extern concrete herplaatsingsmogelijkheden kan noemen die beter aansluiten bij zijn arbeidsmogelijkheden én die herplaatsingsmogelijkheden in redelijkheid van de werkgever kunnen worden gevergd.
De werknemer is verplicht in redelijkheid mee te werkenmet de werkgever maar ook met een door de werkgever aangewezen deskundige, zoals de arbo-dienst of een re-integratiebedrijf. Daarbij houdt de rechter er wel rekening mee als een aandoening die de werknemer arbeidsongeschikt maakt, hem tegelijk belemmert in het plegen van re-integratie-inspanningen. In de regel zal dat als deugdelijke grond worden gezien om (nog) niet (volledig) mee te werken aan re-integratie.1
Kort gezegd bepaalt artikel 7:660a BW dat de werknemer moet meewerken aan de verschillende onderdelen van een re-integratieproces. Daaronder valt het gevolg geven aan redelijke voorschriften van de werkgever en het meewerken aan getroffen maatregelen. Dat wil niet zeggen dat de werknemer alleen maar hoeft te volgen wat de werkgever voorstelt. Hij moet zichzelf ook actief opstellen en waar mogelijk zelf ook komen met voorstellen over zijn re-integratie. Als de werkgever niet met voorstellen komt of niet reageert op voorstellen van de werknemer, wordt verwacht dat de werknemer de werkgever daarop aanspreekt en zonodig een deskundigenoordeel vraagt van het UWV. Die actieve opstelling van de werknemer volgt niet uit de wet maar is af te leiden uit de wetsgeschiedenis.2 Er zijn voorbeelden van redelijke voorschriften. Het weigeren van gesprekken, van communicatie met de werkgever en van mediation, hoewel hij medisch daartoe in staat is, kan voor de werknemer leiden tot een terechte loonstop.3 Is de werknemer daar medisch niet toe in staat, dan kan het nalaten op gesprek te komen bij de werkgever hem niet worden tegengeworpen.4 Het contact houden met de werkgever per e-mail via de partner hoeft evenmin in strijd te zijn met artikel 7:660a BW.5 Daarnaast moet de werknemer zijn medewerking verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak.6 Volgens Kantonrechter Utrecht hoeft dat alleen als uit het oordeel van de bedrijfsarts blijkt dat er re-integratiemogelijkheden zijn.7 Ten slotte moet de werknemer die passende arbeid verrichten waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt. De opsomming van artikel 7:660a BW komt ook terug in artikel 7:629 lid 3 aanhef en sub c, d en e BW.8 Het zonder deugdelijke grond niet meewerken levert daarom een reden op om de doorbetaling van het loon stop te zetten.
De werknemer moet daarbij meewerken aan een werkhervatting die in verhouding staat tot zijn belastbaarheid en die past in het doel zoals dat in het plan van aanpak is omschreven. Een werknemer kan zijn re-integratie overigens niet aan voorwaarden verbinden. Als een werknemer arbeidsgeschikt wordt bevonden voor de functie die hij volgens de arbeidsovereenkomst heeft te vervullen, dan mag de werknemer werkhervatting niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat éérst de inhoud van de functie wordt aangepast aan zijn wensen, hoe zeer die wensen ook gestoeld zijn op het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en de naleving van de daartoe strekkende artikelen 7:658 BW en 3 Arbowet. Goed werkgeverschap kan wél met zich meebrengen dat ná hervatting door de werknemer in overleg wordt gezocht naar mogelijkheden om de arbeidsomstandigheden zodanig aan te passen dat de kans op nieuwe arbeidsongeschiktheid wordt verminderd.9
Minder bekend is dat ook de WIA voor de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid re-integratieplichten op de werknemer legt. Daarvoor wordt gewezen op artikel 28 lid 2 WIA, op basis waarvan een werknemer gedurende de eerste 104 weken (en eventueel langer) verplicht is:
mee te werken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om hem in staat te stellen passende arbeid te verrichten;
voldoende re-integratie-inspanningen te verrichten;
een naar algemeen medische maatstaven adequate behandeling te ondergaan voor zijn ziekte of gebrek.
De ‘redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te verrichten’ uit artikel 28 lid 2 sub a WIA lijken een samentrekking te zijn van artikel 7:660a aanhef sub a met sub c BW. Daarnaast wordt in lid 2 sub b getoetst op ‘het onvoldoende verrichten van re-integratie-inspanningen’, zonder dat duidelijk is welke aparte waarde hieraan toekomt naast de zojuist genoemde a-grond. Duidelijk is in elk geval dat met het gebruik van het woord ‘re-integratie-inspanningen’ niet de administratieve re-integratieverplichtingen worden bedoeld. In elk geval is de re-integratieverantwoordelijkheid van de werknemer benadrukt met deze verplichtingen en de mogelijkheid bij overtreding een maatregel op te leggen (artikel 88 en 89 WIA). Het bestaan van dit systeem naast de arbeidsrechtelijke sanctiemogelijkheden in de eerste twee ziektejaren zorgt voor een dubbele stimulans: de werknemer kan én een loonstop krijgen opgelegd én (na WIA-aanvraag) een maatregel op zijn uitkering.10
De werknemersplichten zijn niet beperkt in tijd zodat kan worden aangenomen dat die gelden zolang de arbeidsovereenkomst duurt. Een grens aan de werknemersplichten ligt daarin dat van hem slechts datgene kan worden gevergdwat gericht is op (her)inschakeling in de eigen of andere passende arbeid. Deelname aan een assessment, training of opleiding voor een niet-passende functie is niet verplicht, ook al heeft de werkgever er een zeker belang bij dat de werknemer dat werk gaat doen.
De voorstellen moeten verder passen bij de mogelijkheden van de werknemer.11 Hof Den Bosch heeft bepaald dat er geen plicht bestaat tot het aanbieden van restcapaciteit voor andere dan de bedongen arbeid als de bedrijfsarts de werknemer volledig arbeidsongeschikt acht en er door de werkgever noch door de arbo-dienst duidelijk is gemaakt wat in het kader van re-integratie (aan passend werk) van de werknemer wordt verwacht.12 Ook een werkhervatting waarbij de arbeidsmogelijkheden onvoldoende worden benut, hoeft hij niet te accepteren.13 Zo’n niet-passend aanbod kan voor de werknemer na twee jaar immers een inkomensachteruitgang betekenen