Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1125
Medeplegen in voorraad hebben van valse bankbiljetten van € 500, artikel 209 Sr. Het bewijs van het bestanddeel ‘in voorraad hebben’ is toereikend gemotiveerd.
HR 30-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1374
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 september 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/04086
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1374, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:837, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑02‑2025
- Wetingang
Art. 209 Sr
Essentie
Medeplegen in voorraad hebben van valse bankbiljetten van € 500, artikel 209 Sr. De Hoge Raad geeft uitleg aan het bestanddeel ‘in voorraad hebben’. Het in de overwegingen van het hof besloten liggende oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met een of meer anderen die was gericht op het in voorraad hebben van valse bankbiljetten, is toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Als het medeplegen van het in voorraad hebben van (onder meer) valse bankbiljetten in de zin van artikel 209 Sr is tenlastegelegd, moet komen vast te staan dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.