Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/67
Toepasselijkheid art. 427 lid 3 Sv.
HR 03-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1772
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/04713 E
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Bijzonder strafrecht / Openbare orde
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:514, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:348, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑01‑2025
ECLI:NL:HR:2024:1772, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1316, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑07‑2023
- Wetingang
Art. 427 Sv; art. 10.23 (oud) Wet milieubeheer; art. 18 lid 1, art. 22 lid 1 (oud) Afvalstoffenverordening Amsterdam 2009
Essentie
Art. 427 lid 3 Sv is van toepassing als de bepaling waarin de gedragsnorm is geformuleerd in een verordening van een provincie, een gemeente, een waterschap of een met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld openbaar lichaam, is neergelegd.
Samenvatting
Bewezenverklaard is overtreding van art. 18 lid 1 (oud) Afvalstoffenverordening 2009, dat strafbaar stelt straatafval achter te laten zonder gebruik te maken van afvalbakken. Nu dit een overtreding van een verordening van een gemeente betreft, is het cassatieberoep van verdachte ontvankelijk.
Daaraan doet niet af dat dit artikel is vastgesteld krachtens de Wet milieubeheer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.