Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/348
Economische zaak. Op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddel (kiemremmingsmiddel voor pootaardappelen), terwijl dit middel in Nederland niet overeenkomstig Verordening (EG) 1107/2009 is toegelaten (meermalen gepleegd), art. 20 lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Verweer dat door verdachte op de markt gebracht gewasbeschermingsmiddel was uitgezonderd van Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, omdat dit middel viel onder art. 1 lid 1 III sub f Regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (oud). HR: Om redenen vermeld in CAG is opvatting dat middel onder werkingssfeer van Richtlijn 88/388/EEG valt, ook als middel als gewasbeschermingsmiddel wordt toegepast, en dat ook dan middel onder toepassingsbereik van art. 1 lid 1 III sub f Rub (oud) valt, onjuist. CAG: Onderdeel III van Rub-lijst is in 2004 aan lijst toegevoegd ter ‘implementatie van art. 1 lid 2 biocidenrichtlijn’. Uit dat artikellid van biocidenrichtlijn volgt dat richtlijn van toepassing is op biociden, zoals gedefinieerd in art. 2 lid 1 onder a maar niet op producten die gedefinieerd zijn in of onder werkingssfeer van Richtlijn 88/388/EEG vallen voor doeleinden van die richtlijn. Dit brengt mee dat biociderichtlijn enkel niet van toepassing is op middel als dit middel is gedefinieerd in of valt onder werkingssfeer van Richtlijn 88/388/EEG en wordt gebruikt voor doeleinden van die richtlijn, als aroma dus. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2026/349.
HR 10-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:223
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/01699
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Agrarisch recht (V)
Bijzonder strafrecht / Milieustrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:223, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1160, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2025
Essentie
Economische zaak. Op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddel (kiemremmingsmiddel voor pootaardappelen), terwijl dit middel in Nederland niet overeenkomstig Verordening (EG) 1107/2009 is toegelaten (meermalen gepleegd), art. 20 lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Verweer dat door verdachte op de markt gebracht gewasbeschermingsmiddel was uitgezonderd van Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, omdat dit middel viel onder art. 1lid 1 III sub fRegeling uitzondering bestrijdingsmiddelen (oud). HR: Om redenen vermeld in CAG is opvatting dat middel onder werkingssfeer van Richtlijn 88/388/EEG valt, ook als middel als gewasbeschermingsmiddel wordt toegepast, en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.