Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/329
Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening; stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag?; daad van rechtsvervolging (art. 3:316 BW). Uitgewonnen hypotheekrecht; bescherming hypotheekhouder (art. 3:323 lid 3 BW)?; aanvang verjaringstermijn (art. 3:307 BW).
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:231
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04223
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:231, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1296, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑11‑2024
- Wetingang
Art. 3:307, 3:316, 3:323 BW
Essentie
Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening; stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag?; daad van rechtsvervolging (art. 3:316 BW). Uitgewonnen hypotheekrecht; bescherming hypotheekhouder (art. 3:323 lid 3 BW)?; aanvang verjaringstermijn (art. 3:307 BW).
Samenvatting
Zowel bij het instellen van een eis als bij een andere daad van rechtsvervolging in de zin van art. 3:316 lid 1 BW gaat het om een handeling die erop gericht is een vorderingsrecht geldend te maken (vgl. HR 18 september 2009, NJ 2009/439). Onder een daad van rechtsvervolging wordt onder meer begrepen een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.