Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/342
Invoer en aanwezig hebben van hennep. Prejudiciële vragen over Unierechtelijke exceptie voor het onder bepaalde omstandigheden invoeren en aanwezig hebben van hennep.
HR 10-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:205
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus, R. Kuiper, H.G. Sevenster
- Zaaknummer
23/01262
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
EU-recht / Algemeen
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:205, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:739, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑09‑219
- Wetingang
Art. 3, 8, 11 Opiumwet; art. 12 Opiumwetbesluit; art. 3, 4 Besluit verhandeling teeltmateriaal; art. 1 Richtlijn 2002/53/EG; art. 2, 3 Richtlijn 2002/57/EG; art. 1 Verordening (EU) nr. 1308/2013; art. 4 Verordening (EU) 2021/2115; art. 2, 3, 5 Gedelegeerde verordening (EU) 2022/126; art. 2 Kaderbesluit 2004/757/JBZ
Essentie
Invoer en aanwezig hebben van hennep. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de grenzen die het Unierecht stelt aan strafbaarheid op grond van nationale wetgeving van het invoeren en aanwezig hebben van hennep die is gekweekt met gecertificeerd zaad en/of waarvan het THC-gehalte lager is dan de drempelwaarde van 0,2/0,3%. Daarnaast geeft de Hoge Raad een voorlopig besliskader voor de rechter in lopende strafzaken.
Samenvatting
De Hoge Raad komt tot het (voorlopige) oordeel dat de strafbaarstelling van artikel 11 in samenhang met artikel 3 Opiumwet van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.