Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/340
Samenstel van gedragingen van verdachte en medeverdachte levert een strafbare poging op.
HR 10-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:189
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/02860
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:189, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:710, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑01‑2025
- Wetingang
Essentie
Het oordeel dat het samenstel van de gedragingen van de verdachte en de medeverdachte ‘naar hun uiterlijke verschijningsvorm concreet en rechtstreeks gericht was op een prompte voltooiing van het voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging opzettelijk één kilo cocaïne met bestemming naar het buitenland ten vervoer aan te bieden’, en kan worden beschouwd als begin van uitvoering van dit voorgenomen misdrijf en een strafbare poging oplevert, is toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Op grond van art. 1 lid 5 Opiumwet is onder ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ als bedoeld in art. 2 aanhef en onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.