Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/375
EET-Verordening. Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen; tenuitvoerleggingsprocedure; verzet tegen tenuitvoerlegging op grond dat in de procedure die tot de als Europese executoriale titel gewaarmerkte beslissing heeft geleid het gedinginleidende stuk niet vergezeld is gegaan van een vertaling als bedoeld in art. 8 lid 1 Betekeningsverordening II, en van het in bijlage II bij die verordening opgenomen modelformulier.
HvJ EU 27-11-2025, ECLI:EU:C:2025:923 (Manuel Costa Filhos)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
27 november 2025
- Magistraten
O. Spineanu-Matei, S. Rodin, N. Fenger
- Zaaknummer
C-643/24
- Conclusie
A-G mr. J. Richard de la Tour
- Roepnaam
Manuel Costa Filhos
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2025:923, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 27‑11‑2025
- Wetingang
Art. 20 Verordening (EG) nr. 805/2004 (EET-Verordening); art. 8 Verordening (EG) nr. 1393/2007 (Betekeningsverordening II)
Essentie
Manuel Costa FilhosLda tegen OÜ Wine Port of Paldiski.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Supremo Tribunal de Justiça (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Portugal) bij beslissing van 4 september 2024.
EET-Verordening. Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen; tenuitvoerleggingsprocedure; verzet tegen tenuitvoerlegging op grond dat in de procedure die tot de als Europese executoriale titel gewaarmerkte beslissing heeft geleid het gedinginleidende stuk niet vergezeld is gegaan van een vertaling als bedoeld in art. 8 lid 1 Betekeningsverordening II, en van het in bijlage II bij die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.