RvdW 2026/370:Mishandeling door buurvrouw met emmer tegen haar gezicht te slaan, art. 300 lid 1 Sr. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis, nullus testis). Vindt verklaring van aangeefster (dat zij door verdachte met emmer is geslagen) voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 13 juli 2020, NJ 2010/515, m.nt. M.J. Borgers m.b.t. bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv. Hof heeft geoordeeld dat feiten en omstandigheden waarover aangeefster heeft verklaard, in voldoende mate steun vinden in andere gebruikte bewijsmiddelen. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk. Door hof vastgesteld letsel volgt niet uit iets anders dan uit verklaring van aangeefster. Overige door hof gebruikte b.m. houden slechts in dat verdachte heeft verklaard dat het haar emmer was, dat zij naar buiten is gelopen om emmer terug te vragen en dat zij ook wel wordt aangesproken met naam A. Volgt vernietiging en terugwijzing.