Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/331
Vermogensrecht. Grensoverschrijdende bebouwing. Bezit van strook grond voldoende gemotiveerd betwist o.g.v. gestelde afspraak met eigenaar aangrenzend perceel over gebruik strook grond?
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:240
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00099
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:240, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1238, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2024
- Wetingang
Art. 3:105, 3:111, 3:114 BW
Essentie
Vermogensrecht. Grensoverschrijdende bebouwing. Bezit van strook grond voldoende gemotiveerd betwist o.g.v. gestelde afspraak met eigenaar aangrenzend perceel over gebruik strook grond?
Samenvatting
Indien, zoals besloten ligt in hetgeen eiser heeft aangevoerd, de rechtsvoorganger van eiser geen bezitter van de strook grond was en dus aan eiser geen bezit is overgedragen (art. 3:114 BW), kon eiser slechts bezitter worden hetzij door een handeling van de eigenaar van de strook grond, hetzij door een tegenspraak van haar recht door eiser (art. 3:111 BW). Dat betekent dat, als de rechtsvoorganger van eiser geen bezitter van de strook ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.