Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/332
Procesrecht. Incident in cassatie. Zekerheidstelling voor proceskosten (art. 224 Rv jo. art. 414 Rv); storting op derdenrekening van advocatenkantoor (art. 6:51 lid 2 BW).
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:230
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
25/02288
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Verbintenissenrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:230, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1408, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑06‑2025
- Wetingang
Samenvatting
Vast staat dat Elser c.s. (verweersters in het incident) zijn gevestigd op de Britse Maagdeneilanden en dat zij geen woonplaats of gewone verblijfplaats hebben in Nederland, zodat in zoverre is voldaan aan het vereiste van art. 224 lid 1 Rv. Gesteld noch gebleken is dat een van de in art. 224 lid 2 Rv bedoelde uitzonderingen zich voordoet. Elser c.s. zijn dus gehouden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.