Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/339
Inzet van ‘criminele burgerinfiltrant’. Art. 126w Sv biedt toereikende wettelijke grondslag.
HR 10-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:178
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/02748
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:178, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:706, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑03‑2025
- Wetingang
Art. 126aa, 126h lid 1, art. 126w, 140a, 149a, 152 Sv; art. 131 Wet op de rechterlijke organisatie (RO); Aanwijzing opsporingsbevoegdheden (Stcrt. 2014, 24442)
Essentie
De Hoge Raad wijdt algemene beschouwingen aan de inzet van een ‘criminele burgerinfiltrant’ ten behoeve van de opsporing en aan het belang van de rechter om, voor beoordeling van de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van de inzet van een (‘criminele’) burgerinfiltrant, inzicht te krijgen in het concrete verloop van de uitvoering van deze opsporingsmethode en in de contacten en interactie tussen de (‘criminele’) burgerinfiltrant en de verdachte(n) die daarbij hebben plaatsgevonden. Art. 126w Sv biedt toereikende grondslag voor inzet criminele burgerinfiltrant.
Samenvatting
Op grond van art. 126w Sv kan de officier van justitie met ‘een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.