Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/346
Voor verbeurdverklaring van voorwerp dat ‘door middel van of uit de baten van’ het strafbare feit is verkregen, is niet vereist dat dit voorwerp een vermogensvermeerdering meebrengt.
HR 10-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:192
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/02802
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:192, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:708, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
Voor verbeurdverklaring op de grond dat het voorwerp geheel of grotendeels ‘door middel van of uit de baten van’ het strafbare feit is verkregen, is niet vereist dat ook kan worden vastgesteld dat dit voorwerp een vermogensvermeerdering als gevolg van het strafbaar feit belichaamt. Het volstaat dat kan worden vastgesteld dat de veroordeelde als gevolg van het strafbare feit de beschikking heeft gekregen over het betreffende voorwerp.
Samenvatting
Op grond van art. 33a lid 1 aanhef en onder a Sr zijn vatbaar voor verbeurdverklaring voorwerpen die aan de veroordeelde toebehoren of die hij geheel of ten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.