Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/337
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Samenlevingsovereenkomst. Procesrecht (art. 16 Rv). Klachten over behandeling van zaak door raadsheer-commissaris en beslissing door meervoudige kamer.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:243
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
25/00504
- Conclusie
A-G mr. B.F. Assink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:243, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1365, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑12‑2025
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00504
Datum 13 februari 2026
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
Conclusie
Conclusie A-G mr. B.F. Assink:
1. Feiten
1.1
In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals genoemd door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.