Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1155
Afwijzing voorwaardelijk verzoek van verdediging ter terechtzitting om (door het hof voor het bewijs gebezigde) getuigen te horen, is niet begrijpelijk.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1555
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M.J. Borgers, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/02020
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1555, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:714, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑03‑2024
- Wetingang
Art. 6 EVRM
Essentie
’s Hofs afwijzing van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging ter terechtzitting om getuigen te horen, wier verklaringen door het hof voorts voor het bewijs zijn gebezigd, is, mede tegen de achtergrond van hetgeen door de Hoge Raad is vooropgesteld in RvdW 2025/1157, niet begrijpelijk.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt dat de afwijzing door het hof van het door de verdediging gedane voorwaardelijke verzoek tot het horen verbalisanten als getuigen, althans het gebruik van de eerder door deze getuigen afgelegde verklaringen voor het bewijs, niet verenigbaar is met het door art. 6 EVRM gewaarborgde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.