Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1154
Op grond van art. 23 WED was opsporingsambtenaar bevoegd tot het onderzoek waarbij de bodemplaat van de kofferbak is opgetild.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1511
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/01380
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1511, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:517, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
De uitvoering van onderzoek aan vervoermiddelen en hun lading als bedoeld in art. 23 WED hoeft zich niet te beperken tot uitsluitend ‘zoekend rondkijken’. Het hof heeft geoordeeld dat de opsporingsambtenaar op grond van art. 23 WED bevoegd was tot het onderzoek waarbij de bodemplaat van de kofferbak van de auto is opgetild. Het hof heeft daarbij onder meer betrokken dat het betreffende onderzoek redelijkerwijs nodig was voor de vervulling van de taak van de verbalisant. Dat oordeel is niet onjuist en is ook niet onbegrijpelijk.
Samenvatting
Het cassatiemiddel berust op de opvatting dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.