RvdW 2025/1167:Voortgezette handeling van medeplegen oplichting (art. 326 lid 1 Sr), door bestuurder opzettelijk openbaar maken van onware jaarstukken, meermalen gepleegd (art. 336 Sr) en (medeplegen) valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 lid 1 Sr). 1. Kon hof oordelen dat verdachte eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM heeft gehad ondanks ontbrekende stukken in dossier? 2. Afwijzing van getuigenverzoeken o.g.v. noodzaakcriterium. 3. Bewijsklacht oplichting. Vindt ‘oogmerk om zich of ander wederrechtelijk te bevoordelen’ voldoende steun in bewijsvoering? 4. Bewijsklachten oplichting t.a.v. listige kunstgrepen en bewegen tot. Is sprake van ‘listige kunstgrepen’ en blijkt uit bewijsvoering dat A (voorzitter van raad van commissaris van energiebedrijf) door deze gedragingen is ‘bewogen tot’ afgifte van gelden? 5. Bewijsklacht opzettelijk openbaar maken van onware jaarstukken. Kon hof oordelen dat A en B (bedrijf dat zorgt voor bouw en exploitatie van warmtekracht- en torrefactiecentrale) verbonden partijen waren? 6. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Kon hof oordelen dat verdachte in ‘Letters of Representation’ ten onrechte niet heeft vermeld dat B en A verbonden ondernemingen waren? 7. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Heeft hof kunnen oordelen dat verdachte getekende offerte voor lening voor bedrag van 4,5 miljoen euro valselijk heeft opgemaakt? HR: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met RvdW 2025/1165, RvdW 2025/1166 en RvdW 2025/1168.