Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1159
1. ‘Dwangmiddelen’ in de zin van artikel 273f Sr. 2. Niet onbegrijpelijk oordeel hof dat handelingen van verdachte tot uitbuiting strekten c.q. dat uitbuiting zich heeft voorgedaan.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1546
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/03803
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1546, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1029, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑05‑2025
- Wetingang
Art. 273f lid 1 onder 1, 4, 6 en 9 Sr
Essentie
Om redenen vermeld in de CAG leidt het middel niet tot cassatie.
1. Het oordeel van het hof dat de gedachte van het slachtoffer — dat zij de verdachte kwijt zou raken — geen losstaande gedachte betreft, maar het resultaat is van door de verdachte (bewust) uitgeoefende (psychische) druk op een verstandelijk beperkte vrouw en dat derhalve sprake is van ‘dwangmiddelen’ in de zin van artikel 273f Sr, is ontoereikend gemotiveerd.
2. Het oordeel van het hof dat de handelingen van de verdachte tot uitbuiting strekten c.q. dat uitbuiting zich heeft voorgedaan, is toereikend gemotiveerd. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.