RvdW 2025/1187:Poging tot verkrachting, art. 242 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Heeft hof (door o.b.v. verklaringen van aangeefster te concluderen dat zij consistente en gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd die gepaard gingen met zichtbare emoties) zich in zijn nadere bewijsoverweging beroepen op niet in bewijsmiddelen vermelde gegevens zonder daarbij met voldoende mate van nauwkeurigheid die feiten en omstandigheden aan te duiden noch wettig b.m. aan te geven waaraan het die f&o heeft ontleend? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Er is geen grond voor conclusie dat hof (onderdelen van) de niet voor bewijs gebruikte verklaringen van aangeefster redengevend heeft geacht voor bewijs. Omstandigheid dat verklaringen gepaard gingen met zichtbare emoties bij aangeefster is door hof aangemerkt als steunbewijs voor betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster. Dit betreft omstandigheid die ten grondslag is gelegd aan weerlegging van gevoerd betrouwbaarheidsverweer. Hof heeft door verdediging gevoerd betrouwbaarheidsverweer op niet onbegrijpelijke wijze en toereikend gemotiveerd verworpen. Ook overigens is ’s hofs oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor poging tot verkrachting niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.