Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1157
1. Getuigenverzoeken ten tijde van inhoudelijke behandeling ter terechtzitting. 2. Veroordeling voor vernieling tijdens demonstratie. Art. 10 en 11 EVRM.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1519
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/00524
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Staatsrecht / Grondrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1519, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:630, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
1. Toe-/afwijzen van (voorwaardelijke) getuigenverzoeken ten tijde van de inhoudelijke behandeling van de zaak ter terechtzitting. 2. Veroordeling voor vernieling wegens het bekladden van trams tijdens een demonstratie is niet onverenigbaar met de artikelen 10 en 11 EVRM.
Samenvatting
- 1.
Het cassatiemiddel klaagt dat de afwijzing door het hof van het door de verdediging gedane voorwaardelijke verzoek tot het horen van twee getuigen, een ooggetuige en een verbalisant, althans het gebruik van de eerder door deze getuigen afgelegde verklaringen voor het bewijs, niet verenigbaar is met het door art. 6 van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.