Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1165
Voortgezette handeling van medeplegen oplichting (art. 326 lid 1 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift (art. 225 lid 1 Sr). Redelijke termijn in feitelijke aanleg. Heeft hof beoordelingskader redelijke termijn miskend door overschrijding redelijke termijn niet te beoordelen per instantie maar voor procedure als geheel en door niet aan te geven welke straf zou zijn opgelegd als redelijke termijn niet was overschreden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 17 juni 2008, NJ 2008/358, m.nt. P.A.M. Mevis, m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep en vraag welk rechtsgevolg daaraan moet worden verbonden. Hof heeft overwogen dat ‘redelijke termijn over geheel van de procedure in e.a. en in h.b. genomen is geschonden.’ Door tijdsverloop tijdens e.a. en dat tijdens h.b. niet (ook) afzonderlijk te beoordelen, heeft hof het hiervoor weergegeven beoordelingskader miskend. Dit leidt echter niet tot cassatie. In zijn overwegingen m.b.t. overschrijding van redelijke termijn ligt als oordeel van hof besloten dat, als redelijke termijn over geheel van procedure niet was overschreden, hof (net als Rb) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar zou hebben opgelegd. In plaats daarvan heeft hof die gevangenisstraf van 1 jaar geheel voorwaardelijk opgelegd en daarbij taakstraf van 240 uren. In het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, is dit door hof aan overschrijding van redelijke termijn verbonden rechtsgevolg naar oordeel van HR ook passend als ervan wordt uitgegaan dat redelijke termijn zowel in e.a. als in h.b. is overschreden. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/1166, RvdW 2025/1167 en RvdW 2025/1168. CAG (strekking): (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1551
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/04905
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1551, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:861, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Essentie
Voortgezette handeling van medeplegen oplichting (art. 326 lid 1 Sr) en medeplegen valsheid in geschrift (art. 225 lid 1 Sr). Redelijke termijn in feitelijke aanleg. Heeft hof beoordelingskader redelijke termijn miskend door overschrijding redelijke termijn niet te beoordelen per instantie maar voor procedure als geheel en door niet aan te geven welke straf zou zijn opgelegd als redelijke termijn niet was overschreden? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 17 juni 2008, NJ 2008/358, m.nt. P.A.M. Mevis, m.b.t. beoordelingskader overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep en vraag welk rechtsgevolg ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.