Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1174
Gewapende overval op lachgasverkoper. Medeplichtigheid aan medeplegen diefstal met geweld, art. 312 lid 2 onder 2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Bewijsvoering tegenstrijdig over moment waarop verdachte de auto heeft verplaatst. 2. Bevatten voor bewijs gebruikte verklaringen van getuigen ontoelaatbare conclusies, gissingen en/of meningen? 3. Kan voor bewijs redengevende omstandigheid dat verdachte als enige rijbewijs had worden afgeleid uit gebruikte bewijsmiddelen? 4. Was opzet van verdachte zowel gericht op het behulpzaam zijn bij het plegen van delict als op de door mededaders gepleegde diefstal met geweld? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Uit bewijsvoering blijkt dat hof heeft vastgesteld dat verdachte, nadat lachgasverkoper met zijn bestelbus de parkeerplaats was opgereden, de auto een stukje heeft verplaatst zodat deze achter bestelbus stond. Dat getuige heeft verklaard dat hij auto heeft zien verplaatsen vóórdat lachgasverkoper was gearriveerd, maakt dat niet anders. ’s Hofs bewijsvoering is dan ook niet tegenstrijdig. Ad 2. Hof mocht van aarzelingen over intenties van verdachten voor bewijs geen gebruik maken. Geen reden voor cassatie, nu hof uit waarnemingen van getuige kennelijk heeft afgeleid dat verdachten het busje hebben verplaatst ‘om iets makkelijk uit busje te kunnen uitladen en wegrijden’, en zodoende conclusie van getuige tot de zijne heeft gemaakt. Bovendien geldt dat bewijsvoering ook zonder deze conclusie van getuige niet onbegrijpelijk is. Ad 3. Dat hof o.g.v. vastgestelde f&o, in onderling verband en samenhang beschouwd, tot oordeel is gekomen dat verdachte de auto moest besturen waarmee dadergroep met buit zou vluchten, is niet onbegrijpelijk. Ad 4. Door hof vastgestelde f&o, in onderling verband beschouwd, hebben hof tot oordeel gebracht dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op diefstal met geweld en daarbij opzettelijk behulpzaam is geweest. Dat oordeel is (onder vastgestelde f&o) niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1547
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/02616
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1547, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1027, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑09‑2025
Essentie
Gewapende overval op lachgasverkoper. Medeplichtigheid aan medeplegen diefstal met geweld, art. 312 lid 2 onder 2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Bewijsvoering tegenstrijdig over moment waarop verdachte de auto heeft verplaatst. 2. Bevatten voor bewijs gebruikte verklaringen van getuigen ontoelaatbare conclusies, gissingen en/of meningen? 3. Kan voor bewijs redengevende omstandigheid dat verdachte als enige rijbewijs had worden afgeleid uit gebruikte bewijsmiddelen? 4. Was opzet van verdachte zowel gericht op het behulpzaam zijn bij het plegen van delict als op de door mededaders gepleegde diefstal met geweld? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.