RvdW 2025/1178:Mensenhandel (meermalen gepleegd), art. 273f lid 1 onder 1, art. 273f lid 1 onder 4, art. 273f lid 1 onder 6 en art. 273f lid 1 onder 9 Sr. 1. Grondslagverlating, art. 261 lid 1 Sv. Heeft hof de grondslag van tll. verlaten door bij feiten de pleegplaats in te lezen? 2. Kon hof de verklaring van (onvindbare) getuige voor bewijs gebruiken, nu verdediging getuige niet heeft kunnen horen en er geen compensatie is voor ontbreken van mogelijkheid tot ondervraging? Art. 6 EVRM. 3. Bewijsminimum, art. 342 lid 2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefsters voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 4. Maximale duur van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. 5. Oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel voor feit dat mede vóór 1 april 2012 is begaan, art. 1 lid 1 en art. 38v Sr. Ad 1., 2. en 3. HR: art. 81 lid 1 RO. Ad 4. HR ambtshalve: Duur van gijzeling beloopt ten hoogste 1 jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder 1 jaar 360 dagen moet worden verstaan (vgl. HR 24 mei 2022, NJ 2022/199). HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van 248 en 112 dagen kan worden toegepast. Ad 5. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte voor de in periode van 1 februari 2010 tot en met 1 september 2013 gepleegde mensenhandel o.m. veroordeeld tot vrijheidsbeperkende maatregel van 3 jaren (contactverbod met slachtoffer A). Inwerkingtreding van art. 38v Sr (mogelijkheid tot oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel) houdt in het licht van art. 1 lid 1 Sr wijziging van toepasselijke regels van sanctierecht in. Nu bewezenverklaard feit, dat door hof als 1 misdrijf is gekwalificeerd, mede vóór 1 april 2012 is begaan, had art. 38v Sr buiten toepassing moeten blijven (vgl. HR 23 januari 2018, NJ 2018/75 en HR 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:80). HR zal zaak in dit opzicht zelf afdoen en vrijheidsbeperkende maatregel v.zv. deze ziet op slachtoffer A vernietigen. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel (contactverbod met slachtoffer A).