Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/977
Schuld in de zin van art. 6 WVW 1994.
HR 15-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1398
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, M. Kuijer, C. Caminada, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/04003
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1398, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:632, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑11‑2023
- Wetingang
Art. 6 WVW 1994
Essentie
Hof kon oordelen dat verdachte, door zonder duidelijke aanleiding, als bestuurder niet zoveel mogelijk rechts te houden, maar zoveel naar links te sturen dat zij op de voor het haar tegemoetkomende verkeer bestemde rijstrook is terechtgekomen, zich ‘dermate aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend’ heeft gedragen dat het verkeersongeval aan haar schuld is te wijten.
Samenvatting
Onder ‘schuld’ als delictsbestanddeel wordt in het algemeen een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid verstaan. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.
Uit de enkele omstandigheid dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.