Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/934
BTW-fraude m.b.t. levering schrootmateriaal vanuit Nederland naar Verenigd Koninkrijk (pre-Brexit), waarbij verdachte als tussenschakel fungeerde. Medeplegen valsheid in geschrift, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Heeft hof een verrassingsbeslissing genomen, door verdediging niet in staat te stellen inhoudelijk te reageren op voorgenomen bewezenverklaring? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over gebruik voor bewijs van app-gesprekken, art. 359 lid 2 Sv. 3. Kon hof overwegen dat C B.V. als schakel in handelsketen tussen D B.V. en haar Britse afnemers geen functie had, omdat de door C B.V. gefactureerde bedragen geen winstmarge bevatten? 4. Kon hof overwegen dat tussen D B.V. en C B.V. sprake was schijntransacties, bedoeld om werkelijke rechtstreekse levering door D B.V. aan Britse afnemers te verhullen? Middelen falen om redenen vermeld in HR 8 juli 2025, RvdW 2025/935. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/926, RvdW 2025/927, RvdW 2025/928, RvdW 2025/930, RvdW 2025/931, RvdW 2025/932 en RvdW 2025/935.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1102
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/02490
- Conclusie
A-G mr. P.J. Wattel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Fiscaal strafrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1102, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:448, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
Essentie
BTW-fraude m.b.t. levering schrootmateriaal vanuit Nederland naar Verenigd Koninkrijk (pre-Brexit), waarbij verdachte als tussenschakel fungeerde. Medeplegen valsheid in geschrift, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Heeft hof een verrassingsbeslissing genomen, door verdediging niet in staat te stellen inhoudelijk te reageren op voorgenomen bewezenverklaring? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over gebruik voor bewijs van app-gesprekken, art. 359 lid 2 Sv. 3. Kon hof overwegen dat C B.V. als schakel in handelsketen tussen D B.V. en haar Britse afnemers geen functie had, omdat de door C B.V. gefactureerde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.