Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/909
Witwassen van geldbedrag (€ 17.000), art. 420bis lid 1 onder b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Kan klacht dat hof niet kon volstaan met constatering van vormverzuim m.b.t. identiteitsfouillering o.g.v. art. 55b Sv en dat dit niet hoeft te leiden tot bewijsuitsluiting, worden aangemerkt als middel? 2. Bewijsklacht afkomstig uit enig misdrijf. Kan bewezenverklaring van witwassen steunen op witwasvermoeden dat niet is ontzenuwd? Ad 1. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen cassatiemiddelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft vastgesteld dat in broekzak van verdachte een contant geldbedrag is aangetroffen van € 17.000, bestaande uit verschillende coupures, waaronder meerdere 500, 200 en 100 eurobiljetten. Uit feiten en omstandigheden dat (i) het op zak hebben van dergelijke hoeveelheid contant geld in openbaar ongebruikelijk is, (ii) verdachte geen legale inkomsten in Nederland kan hebben gehad en (iii) grote coupures ongebruikelijk zijn in normaal betalingsverkeer, heeft hof afgeleid dat sprake is van vermoeden van witwassen. Dat is niet onbegrijpelijk gezien f&o die hof aan dit oordeel ten grondslag heeft gelegd. Vervolgens heeft hof overwogen dat door verdachte gegeven verklaringen over herkomst van geld dusdanig wisselend en onduidelijk zijn dat niet kan worden gesproken van concrete en min of meer verifieerbare verklaring en dat verdachte ook geen aanknopingspunten heeft gegeven voor OM om nader onderzoek te kunnen doen. Hof heeft hiermee kennelijk tot uitdrukking gebracht dat verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven dat voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. ’s Hofs oordeel dat verdachte het witwasvermoeden niet heeft ontzenuwd en dat het (mede gelet op hiervoor genoemde f&o die bewijs voor witwassen opleveren) niet anders kan zijn dan dat geld afkomstig is uit enig misdrijf en dat verdachte dit wist, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting. Bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (eisen aan schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffiemedewerker bij e-mailbericht).
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1066
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/03634
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1066, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:789, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
Essentie
Witwassen van geldbedrag (€ 17.000), art. 420bis lid 1 onder b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Kan klacht dat hof niet kon volstaan met constatering van vormverzuim m.b.t. identiteitsfouillering o.g.v. art. 55b Sv en dat dit niet hoeft te leiden tot bewijsuitsluiting, worden aangemerkt als middel? 2. Bewijsklacht afkomstig uit enig misdrijf. Kan bewezenverklaring van witwassen steunen op witwasvermoeden dat niet is ontzenuwd? Ad 1. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen cassatiemiddelen a.b.i. wet. Als zodanig middel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.