Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/892
Aanwezigheidsrecht. Verzoek om aanhouding o.g.v. vermoeden overmacht. ’s Hofs afwijzing, gegrond op een belangenafweging, is ontoereikend gemotiveerd.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1073
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/02773
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1073, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:791, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Aanwezigheidsrecht. Verzoek om aanhouding op grond van een vermoeden van overmacht aan de zijde van verdachte. ’s Hofs afwijzing, gegrond op een belangenafweging, is ontoereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.
Het hof heeft bij de beoordeling van het aanhoudingsverzoek kennelijk tot uitgangspunt genomen dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde reden — te weten dat de verdachte vermoedelijk door een onverwachte gebeurtenis niet op de zitting aanwezig kan zijn — aannemelijk is, waarna het hof de afwijzing heeft gegrond op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.