Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/898
Voorbereidingshandelingen ten behoeve van hennepteelt (art. 11a jo. art. 11 lid 3 en art. 11 lid 5 Opiumwet) en beschadiging van elektriciteitsnetwerk (art. 161bis lid 2 Sr). Bewijsklachten. Hof heeft volgens bewijsvoering vastgesteld dat in bedrijfspand voorwerpen zijn aangetroffen die zijn bestemd voor hennepteelt en dat toen is geconstateerd dat elektriciteitswerk in hoofdaansluitkast van dat bedrijfspand was beschadigd. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte de huurder en enige gebruiker was van dat bedrijfspand, dat hij eerder werknemer de opdracht had gegeven deel van pand waar later de voorwerpen zijn aangetroffen leeg te ruimen en dat die werknemer daarna niet meer in betreffende ruimte is geweest. Naar aanleiding van verweer van verdachte dat hij geen weet had van tlgd. feiten en dat deel van bedrijfspand was onderverhuurd aan voormalige klant die daar voorwerpen heeft neergezet die waren bestemd voor hennepkwekerij, heeft hof geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte een deel van bedrijfspand heeft onderverhuurd. Daarbij heeft hof mede in aanmerking genomen dat verdachte onvoldoende concrete en identificerende/verifieerbare gegevens heeft verstrekt over persoon die betreffend deel van pand zou hebben ondergehuurd. Dit oordeel en ook daarop voortbouwend oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de zich in pand bevindende voorwerpen opzettelijk aanwezig had, zijn toereikend gemotiveerd. Dat geldt ook voor ’s hofs oordeel dat verdachte verantwoordelijk is voor beschadiging van elektriciteitswerk door het (doen) manipuleren van dat werk. Van het als pleger beschadigen van elektriciteitswerk kan ook sprake zijn als verdachte niet zelf in fysieke zin handelingen heeft verricht die tot beschadiging hebben geleid maar deze handelingen door ander heeft laten uitvoeren. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat verdachte de huurder en enige gebruiker was van bedrijfspand en dus van aanwijzingen van betrokkenheid van ander of anderen niet is gebleken, heeft hof niet onbegrijpelijk geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte (als pleger) de elektriciteitsmeter heeft gemanipuleerd door betreffend elektriciteitswerk te beschadigen. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. beschadiging van elektriciteitsnetwerk.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1119
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/01011
- Conclusie
plv. A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1119, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:512, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
Essentie
Voorbereidingshandelingen ten behoeve van hennepteelt (art. 11a jo. art. 11 lid 3 en art. 11 lid 5 Opiumwet) en beschadiging van elektriciteitsnetwerk (art. 161bis lid 2 Sr). Bewijsklachten. Hof heeft volgens bewijsvoering vastgesteld dat in bedrijfspand voorwerpen zijn aangetroffen die zijn bestemd voor hennepteelt en dat toen is geconstateerd dat elektriciteitswerk in hoofdaansluitkast van dat bedrijfspand was beschadigd. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte de huurder en enige gebruiker was van dat bedrijfspand, dat hij eerder werknemer de opdracht had gegeven deel van pand waar later de voorwerpen zijn aangetroffen leeg ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.