Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/935
BTW-fraude m.b.t. levering schrootmateriaal vanuit Nederland naar Verenigd Koninkrijk (pre-Brexit). Feitelijk leiding geven aan medeplegen valsheid in geschrift, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg 1. Heeft hof een verrassingsbeslissing genomen, door verdediging niet in staat te stellen inhoudelijk te reageren op de voorgenomen bewezenverklaring? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over gebruik voor bewijs van app-gesprekken, art. 359 lid 2 Sv. 3. Kon hof overwegen dat C B.V. als schakel in handelsketen tussen D B.V. en haar Britse afnemers geen functie had, omdat de door C B.V. gefactureerde bedragen geen winstmarge bevatten? 4. Kon hof overwegen dat tussen D B.V. en C B.V. sprake was schijntransacties, bedoeld om de werkelijke rechtstreekse levering door D B.V. aan Britse afnemers te verhullen? Ad 1. Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. V.zv. in schriftuur wordt ingegaan op (mogelijke) gevolgen van zienswijze van VN-Mensenrechtencomité in de zaak Jaddoe tegen Nederland, behoeft dat geen nadere bespreking en volstaat HR met verwijzing naar HR 24 januari 2023, NJ 2023/106, m.nt. N. Keijzer. Ad 2. Hof heeft uit de voor bewijs gebruikte app-gesprekken waaraan verdachte deelnam, afgeleid ‘dat deze zien op handel die aan Britse vennootschappen is gefactureerd’. Die conclusie is niet bestreden. In zijn (eind)conclusie heeft hof die app-gesprekken (die dateren van ruim vóór bewezenverklaarde periode, toen C B.V. nog niet bestond) niet genoemd. Het al dan niet bestaan van een in standpunt besproken ‘prijsval’ heeft in bewijsvoering in het geheel geen rol gespeeld. V.zv. wat raadsman ttz. over app-gesprekken naar voren heeft gebracht moet worden opgevat als uos, is hof daarvan dus niet afgeweken. Ad 3. Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. Ad 4. Om redenen vermeld in CAG, leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/926, RvdW 2025/927, RvdW 2025/928, RvdW 2025/930, RvdW 2025/931, RvdW 2025/932 en RvdW 2025/934.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1103
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/02491
- Conclusie
A-G mr. P.J. Wattel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Fiscaal strafrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1103, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:449, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
Essentie
BTW-fraude m.b.t. levering schrootmateriaal vanuit Nederland naar Verenigd Koninkrijk (pre-Brexit). Feitelijk leiding geven aan medeplegen valsheid in geschrift, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg 1. Heeft hof een verrassingsbeslissing genomen, door verdediging niet in staat te stellen inhoudelijk te reageren op de voorgenomen bewezenverklaring? 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over gebruik voor bewijs van app-gesprekken, art. 359 lid 2 Sv. 3. Kon hof overwegen dat C B.V. als schakel in handelsketen tussen D B.V. en haar Britse afnemers geen functie had, omdat de door C B.V. gefactureerde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.