Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/879
Ontslagrecht. Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Ontbinding arbeidsovereenkomst o.g.v. verstoorde verhoudingen; causaal verband tussen uiting en ontbindingsverzoek; maatstaf als uiting valt onder academische vrijheid.
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1140
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/01341
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1140, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:324, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑03‑2024
- Wetingang
Art. 10 EVRM
Essentie
Ontslagrecht. Vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Ontbinding arbeidsovereenkomst o.g.v. verstoorde verhoudingen; causaal verband tussen uiting en ontbindingsverzoek; maatstaf als uiting valt onder academische vrijheid.
Samenvatting
De publicatie van een essay door werkneemster valt onder haar mede door art. 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting, en haar academische vrijheid. Volgens vaste rechtspraak van het EHRM is van een inmenging in de vrijheid van meningsuiting sprake indien aan een uiting sancties van strafrechtelijke, arbeidsrechtelijke, privaatrechtelijke of tuchtrechtelijke aard worden verbonden. Een verzoek in rechte tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan als een zodanige ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.