Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/908
Economische zaak. Medeplegen onvoldoende maatregelen nemen om te voorkomen dat asbest door niet-gecertificeerde persoon wordt verwijderd, opzettelijk begaan door rechtspersoon (art. 9.2.1.2 Wet milieubeheer). 1. Verweer ‘dat maatregelplicht uit art. 9.2.1.2. Wet milieubeheer niet is overtreden’. Heeft hof een te strenge en vergaande invulling gegeven aan begrip algemene zorgplicht? 2. Kon hof ervan uitgaan dat verdachte zich er niet van heeft vergewist dat onderaannemers op de hoogte waren van aanwezigheid van asbest? 3. Verweer dat verweten gedraging (doen afbreken van tegels in badkamer in woning door niet gecertificeerde onderaannemers) niet kan worden toegerekend aan verdachte, omdat zij ‘niet vermocht te beschikken over gedraging en evenmin gedraging heeft aanvaard’. HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1049
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/03578 E
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bouwrecht / Slopen
Milieurecht / Milieugevaarlijke stoffen
Bijzonder strafrecht / Milieustrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1049, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
Essentie
Economische zaak. Medeplegen onvoldoende maatregelen nemen om te voorkomen dat asbest door niet-gecertificeerde persoon wordt verwijderd, opzettelijk begaan door rechtspersoon (art. 9.2.1.2 Wet milieubeheer). 1. Verweer ‘dat maatregelplicht uit art. 9.2.1.2. Wet milieubeheer niet is overtreden’. Heeft hof een te strenge en vergaande invulling gegeven aan begrip algemene zorgplicht? 2. Kon hof ervan uitgaan dat verdachte zich er niet van heeft vergewist dat onderaannemers op de hoogte waren van aanwezigheid van asbest? 3. Verweer dat verweten gedraging (doen afbreken van tegels in badkamer in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.