Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/882
Wvggz. Zorgmachtiging (art. 6:4 Wvggz). Toevoeging advocaat (art. 1:7 Wvggz); voorwaarden voor aannemen afstand recht op rechtsbijstand.
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1138
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/03485
- Conclusie
A-G mr. L.M. Coenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1138, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:508, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑09‑2024
- Wetingang
Art. 1:7 Wvggz
Samenvatting
Ingevolge art. 1:7 lid 1 aanhef en onder a Wvggz geeft de rechter, indien een verzoekschrift voor een zorgmachtiging wordt voorbereid, onverwijld aan het bestuur van de raad voor de rechtsbijstand een last tot toevoeging van een advocaat aan de betrokkene, indien niet blijkt dat de betrokkene reeds een advocaat heeft. Een met de kwetsbare positie van de betrokkene strokende uitleg van deze bepaling, in verbinding met art. 1:7 lid 3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.