RvdW 2025/899:Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 416 lid 2 Sv. Aanwezigheidsrecht, art. 588a lid 1 sub c (oud) Sv. Moet vermelding van adres van betrokkene in akte instellen hoger beroep worden aangemerkt als adresopgave a.b.i. art. 588a lid 1 sub c (oud) Sv, zodat afschrift van oproeping voor tz. in h.b. naar dat adres had moeten worden verzonden? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oproeping voor tz. in h.b. is ex art. 588 lid 1 sub b punt 1 (oud) jo art. 588 lid 3 sub c (oud) Sv rechtsgeldig betekend door uitreiking van die oproeping aan griffier Rb, waarbij is voldaan aan 5-dagentermijn, terwijl afschrift van oproeping is verzonden naar BRP-adres. Uit stukken kan niet blijken dat afschrift van oproeping aan adres in akte instellen h.b. is gezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is gebeurd. Evenmin houden stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending o.g.v. art. 588a lid 3 (oud) Sv achterwege kon blijven. Daarom had hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was onderzoek ttz. te schorsen om betrokkene in de gelegenheid te stellen alsnog bij onderzoek ttz. aanwezig te zijn. Van zo’n onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van onderzoek ttz. in h.b. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak. Volgt vernietiging en terugwijzing.