Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/907
Belaging van ex-partner van zijn zus (art. 285b lid 1 Sr). 1. Heeft Rh-C tijdens getuigenverhoor relevante vragen belet, waardoor geen sprake is geweest van een effectieve uitoefening van ondervragingsrecht? 2. Bewijsklacht. Blijkt uit bewijsmiddelen naar welke personen, organisaties of instellingen de verdachte brieven en e-mails heeft gestuurd en waarom deze brieven en e-mails belaging van aangever opleveren? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1065
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
23/03087
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1065, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:519, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
Essentie
Belaging van ex-partner van zijn zus (art. 285b lid 1 Sr). 1. Heeft Rh-C tijdens getuigenverhoor relevante vragen belet, waardoor geen sprake is geweest van een effectieve uitoefening van ondervragingsrecht? 2. Bewijsklacht. Blijkt uit bewijsmiddelen naar welke personen, organisaties of instellingen de verdachte brieven en e-mails heeft gestuurd en waarom deze brieven en e-mails belaging van aangever opleveren? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03087
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.