Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/885
Medeplegen van doodslag. Afwijzing vordering namens het comateuze slachtoffer tot vergoeding van immateriële schade wegens gederfde levensvreugde.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1061
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/04110
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1061, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:228, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑05‑2024
- Wetingang
Art. 287 Sr; art. 6:95 lid 2, art. 6:106 BW
Essentie
Medeplegen van doodslag. Afwijzing vordering namens het comateuze slachtoffer tot vergoeding van immateriële schade wegens gederfde levensvreugde.
Samenvatting
Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard het medeplegen van doodslag door het slachtoffer met kracht tegen hoofd te slaan en, toen hij op de grond lag, tegen hoofd te schoppen. Ten gevolge van het bewezenverklaarde feit verkeerde het slachtoffer eerst buiten bewustzijn en vervolgens in een comateuze toestand, alvorens hij overleed. Nog vóór het overlijden van het slachtoffer is namens het slachtoffer een vordering ingediend strekkende tot vergoeding van onder meer de immateriële schade die het slachtoffer heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.