RvdW 2025/901:Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder broer van klager t.z.v. verdenking van hennepteelt door klager en zijn broer. Motivering ongegrondverklaring van klaagschrift, art. 33a lid 1 sub a Sr. Kon Rb oordelen dat verbeurdverklaring niet hoogst onwaarschijnlijk is? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Rb heeft niet maatstaven aangelegd die gelden bij beoordeling van beklag ex art. 552a Sv door derde maar maatstaven die gelden bij zo’n beklag door beslagene. V.zv. Rb wel juiste maatstaven voor ogen heeft gehad, is ongegrondverklaring ontoereikend gemotiveerd. Motivering Rb komt erop neer dat verbeurdverklaring van auto niet hoogst onwaarschijnlijk is op de grond dat het een voorwerp is dat geheel of grotendeels is verkregen uit baten van strafbaar feit (art. 33a lid 1 sub a Sr). Klager zou volgens ontnemingsrapport wederrechtelijk voordeel hebben verkregen door hennepteelt maar auto is ruim daarvoor door klager aangeschaft en op zijn naam gesteld, zodat niet z.m. begrijpelijk is dat auto de (gedeeltelijke) opbrengst is van die hennepteelt. Voorts blijkt uit ingewonnen inlichtingen dat in strafzaak tegen klager inmiddels uitspraak is gedaan en dat bij onherroepelijk vonnis niet is beslist over beslag op auto. Daarom zal het tot verbeurdverklaring van auto door later oordelende strafrechter niet meer kunnen komen. Volgt vernietiging en terugwijzing.