Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/887
Mallorcazaak. Art. 141 Sr, de dood ten gevolge. Benadeelden 1. Groepsaansprakelijkheid. 2. Immateriële schade i.g.v. coma? 3. Gederfd levensonderhoud.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1055
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.E. du Perron, T. Kooijmans, G.C. Makkink, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
24/01181
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1055, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:483, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑11‑2024
- Wetingang
Art. 141 Sr; art. 6:95 lid 2, art. 6:106, 6:108 lid 1, art. 6:162, 6:166 lid 1 BW
Essentie
Mallorcazaak. Art. 141 Sr, de dood ten gevolge. Vorderingen benadeelde partijen. 1) Groepsaansprakelijkheid o.g.v. art. 6:166 BW aanvaard. 2) Geen immateriële schade in geval van comateuze toestand. 3) Vergoeding aan vriendin van slachtoffer wegens gederfd levensonderhoud is ontoereikend gemotiveerd.
Samenvatting
- 1.
Het eerste cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte op grond van art. 6:166 lid 1 BW in samenhang met art. 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade die verband houdt met het aan het overleden slachtoffer toegebrachte letsel.
In zijn arrest ligt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.