Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/938
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Zwitserland t.z.v. invoer van cocaïne en witwassen. Kon Rb oordelen dat (summier onderbouwd) verweer van verdediging m.b.t. chronische darmziekte van dochter van opgeëiste persoon niet tot conclusie kan leiden dat sprake is van reeds voltooide mensenrechtenschending i.v.m. feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1123
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
25/00947 U
- Conclusie
plv. A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1123, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:678, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑06‑2025
Essentie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Nederlandse nationaliteit) naar Zwitserland t.z.v. invoer van cocaïne en witwassen. Kon Rb oordelen dat (summier onderbouwd) verweer van verdediging m.b.t. chronische darmziekte van dochter van opgeëiste persoon niet tot conclusie kan leiden dat sprake is van reeds voltooide mensenrechtenschending i.v.m. feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00947 U
Datum 8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025, nummer UTL-I-2024039173, op verzoek van Zwitserland tot uitlevering ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.