RvdW 2025/920:Mallorcazaak. Uitgaansgeweld, o.m. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen (art. 141 Sr) waardoor een slachtoffer (A) is overleden. Vordering benadeelde partij. 1. Groepsaansprakelijkheid, art. 6:166 lid 1 BW. Is verdachte aansprakelijk voor schade die verband houdt met letsel van A? 2. Vordering b.p. (ouders van A) t.a.v. immateriĆ«le schadevergoeding, art. 6:95 lid 2 BW en art. 6:106 BW. Kon hof oordelen dat A (die door geweld direct bewustzijn heeft verloren, in coma is geraakt en is overleden, zonder nog bij bewustzijn te zijn geweest) immateriĆ«le schade heeft geleden en dat die schade (door vererving) in aanmerking komt voor vergoeding aan nabestaanden? 3. Vordering b.p. (vriendin van A) t.a.v. materiĆ«le schadevergoeding wegens gederfd levensonderhoud, art. 6:108 lid 1 BW. Kon hof vordering toewijzen? Ad 1. HR: art. 81 lid 1 RO onder verwijzing naar HR 8 juli 2025, RvdW 2025/887. Ad 2. Om redenen vermeld in RvdW 2025/887 slaagt middel. HR zal vordering van nabestaanden afwijzen. Ook oplegging schadevergoedingsmaatregel kan niet in stand blijven. Ad 3. Om redenen vermeld in RvdW 2025/887 is klacht gegrond. Ook oplegging schadevergoedingsmaatregel kan niet in stand blijven. Volgt (partiĆ«le) vernietiging t.a.v. beslissing op vorderingen van ouders (t.a.v. ā€˜vererfde immateriĆ«le schade’, met afwijzing in zoverre) en van vriendin (t.a.v. gederfd levensonderhoud) en oplegging van schadevergoedingsmaatregelen en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2025/887, RvdW 2025/918, RvdW 2025/919 en RvdW 2025/921.