RvdW 2025/916:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden zonder rijbewijs (art. 107 lid 1 WVW 1994). Dubbel verstek. Betekening oproeping nadere tz. in hoger beroep, art. 36e lid 1 sub b punt 2 Sv. Had oproeping nadere tz. in h.b. moeten worden betekend op het namens verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven adres in akte instellen h.b.? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oproeping voor nadere tz. in h.b. is zbwovpl uitgereikt aan medewerker OM. Voorts is oproeping tevergeefs aangeboden op adres A (laatst opgegeven woon- of verblijfplaats) en nogmaals uitgereikt aan medewerker OM, met verzending van afschrift van oproeping naar adres A. In bestreden uitspraak ligt als ’s hofs oordeel besloten dat namens verdachte als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats (adres A) met als datum van registratie 15 april 2019 diende te worden aangemerkt als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte en dat oproeping voor nadere tz. in h.b. rechtsgeldig is betekend. Dit oordeel van hof is zonder motivering onbegrijpelijk. Verdachte heeft bij het instellen van h.b. op 18 juli 2022 immers adres B doen opnemen, terwijl uit stukken niet volgt dat dit adres t.t.v. betekening van oproeping was achterhaald of dat is geprobeerd oproeping uit te reiken aan dat adres, zodat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is gebeurd. Nu t.t.v. betekening niet-gedetineerde verdachte niet stond ingeschreven in BRP maar van hem gelet op adresopgave bij het instellen van h.b. wel (feitelijke) woon- of verblijfplaats bekend was, had uitreiking van oproeping o.g.v. art. 36e lid 1 sub b punt 2 Sv op dat adres moeten plaatsvinden. HR verklaart betekening oproeping nadere tz. in h.b. nietig.