RvdW 2025/922:Poging tot dwang, art. 284 lid 1 onder 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht ‘wederrechtelijk’. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Bewezenverklaring houdt in dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging om medewerker(s) van hotel door bedreiging met geweld wederrechtelijk te dwingen geld aan verdachte te verstrekken. ’s Hofs oordeel dat het handelen van verdachte wederrechtelijk is a.b.i. art. 284 Sr, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat ’s hofs vaststellingen inhouden dat verdachte gedurende lange periode aanhoudend meerdere (met grof geweld dreigende) berichten naar (medewerkers van) hotel heeft gestuurd. Daarin ligt tevens als ’s hofs oordeel besloten dat bewezenverklaarde gedragingen hebben geresulteerd in ernstige aantasting van persoonlijke vrijheid van medewerkers van hotel. Volgt verwerping. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (eisen aan schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffiemedewerker bij e-mailbericht).