Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/911
Aanwezig hebben van 97,3 gram hasj, art. 3 onder C jo. art. 11 lid 1 Opiumwet. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427 lid 2 onder a Sv. Uit bewezenverklaring, die niet inhoudt dat verdachte het feit opzettelijk heeft begaan, blijkt dat ’s hofs uitspraak over dit feit betrekking heeft op overtreding. Hof heeft voor dit feit toepassing gegeven aan art. 9a Sr en bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. O.g.v. art. 427 Sv staat tegen ’s hofs uitspraak t.a.v. dit feit geen cassatieberoep open. Om die reden kan HR het cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. Verdachte n-o.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1080
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/04856
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1080, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:633, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑06‑2025
Essentie
Aanwezig hebben van 97,3 gram hasj, art. 3 onder C jo. art. 11 lid 1 Opiumwet. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427 lid 2 onder a Sv. Uit bewezenverklaring, die niet inhoudt dat verdachte het feit opzettelijk heeft begaan, blijkt dat ’s hofs uitspraak over dit feit betrekking heeft op overtreding. Hof heeft voor dit feit toepassing gegeven aan art. 9a Sr en bepaald dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. O.g.v. art. 427 Sv staat tegen ’s hofs uitspraak t.a.v. dit feit geen cassatieberoep open. Om die reden kan HR ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.